Thea Terlouw

Thea Terlouw was zich reeds als kind bewust van een wereld die anderen niet konden waarnemen. Tijdens haar leven als beeldend kunstenares begon haar speciale begaafdheid zich te ontwikkelen.

Ruim dertig jaar hielp zij mensen bij het onderzoeken van hun vorige levens, om zo de diepere oorzaken van ziektes en trauma’s op te sporen.

Haar opvang van mensen met een bijna-dood-ervaring en het begeleiden van kinderen naast het begeleiden van stervenden, brachten haar een enorme persoonlijke ontwikkeling die zij nu met ieder van ons wil delen.

De Heelkamers in beeld

Het lezen van dit liefdevolle boek zal veel vragen beantwoorden en troost bieden aan iedereen die te maken krijgt met het verlies van een dierbare. In dertig hoofdstukken worden de verhalen verteld van mensen die euthanasie hebben laten plegen, zelfmoord hebben gepleegd, vermoord zijn, plotseling zijn overleden door een ongeluk of vredig in hun slaap zijn vertrokken. Angst voor de dood is niet nodig. Na de overgang komen we in de Heelkamers, waar alle in het leven geleerde lessen een plaats krijgen en waar we herenigd worden met iedereen die ons lief is.

Leesfragment De Heelkamers

Waar men binnen bepaalde religies op Aarde spreekt van ‘verdoemde zielen’, doet men dat uit onwetendheid. Zoals gezegd, geen enkele ziel, die van oorsprong een vonk van het Grote Licht is, gaat ooit verloren. De weg kan echter voor de één langer en moeizamer zijn dan voor de ander en dat heeft alles te maken met de eigen vrije keuzes die een mens op Aarde maakt gedurende zijn weg langs de Gouden Draad der Incarnaties. Maar dat heeft niets met ‘verdoemenis’ te maken.

De grote verschuivingen die zich nu voordoen, worden mede mogelijk gemaakt door de overgangswetten. Eén van de belangrijkste aspecten van die veranderde wetten is dat élke ziel die nu in de geestelijke wereld aankomt, zijn of haar levensboek dient te lezen. In de tijden daarvóór had men de keuze om dat wel of niet te doen. Zo kon het gebeuren dat, op deze planeet van de vrije wil, mensen leven na leven hun terugblik op het voorbije leven links lieten liggen. Daarbij stapelden zij karma op karma. Weigeren naar jezelf en je daden te kijken is een bepaalde staat van bewustzijn. Zo kon het gebeuren dat veel mensen als het ware immense dammen en blokkades opwierpen in de stroom van hun levens. Op een dag zit de boel volledig vast en kan er niets meer door-heen stromen.

Aan het einde van de jaren tachtig, begin jaren negentig, Aardetijd, zijn die nieuwe spirituele wetten van kracht geworden. Ieder mens moet vanaf die tijd zijn levensboek lezen. Hiermee bedoelen wij niet even vluchtig het ‘filmpje’ bekijken dat iedere ziel ziet bij zijn overgang, maar bewust studie maken van het levensboek en zien wat was en waar alle menselijke ervaringen toe hebben geleid. Oorzaak en gevolg beschouwen van de eigen levensstroom. Zonder te oordelen. Zien wat Is.

We moeten steeds weer terugkomen op de woorden ‘Zien wat Is, zonder oordelen’. Bij dat ‘evalueren’ krijgt ieder mens namelijk de best denkbare hulp, hoe dat verleden er ook uitziet.

We zien talloze mensen nu voorzichtig kennismaken met oorzaak en gevolg, waar men inzicht in krijgt als de gebeurtenissen op holografische schermen in de sferen heel duidelijk aan hen voorbij komen. Hele volksstammen beginnen zo inzichten te verwerven in de achtergronden van hoe het toch zo kon worden in hun levens. Levens, inderdaad, niet alleen de eigen verschillende levens maar ook de levens van degenen in de groep, want dit proces gaat ook groepsgewijs. En juist het werken in groepen in de sferen laat positieve resultaten met betrekking tot vergroot inzicht zien. Men ziet met elkaar hoe dat rad van karma – het rad van oorzaak en gevolg – maar bleef doordraaien. Men ziet hoe steeds maar weer oude overtuigingen en negatieve ideeën het bleven winnen van de positieve impulsen energie die naar de Aarde komt. Mensen zullen zich als het ware met weerhaken aan de oude dingen vastklampen en deze op grootse wijze nieuw leven proberen in te blazen. Zij zullen met kracht tegen het nieuwe aanschoppen, het wellicht met harde woorden veroordelen, zoals zij dat al vele incarnaties lang doen. Die reactionaire kracht kan heel sterk worden en veel mensen doen twijfelen aan die vernieuwende weg die zij zelf wél zijn ingeslagen. Maar die reactionaire beweging zal een kritisch punt bereiken, om daarna de nieuwe stroom te volgen waarheen de mensheid geleid wordt. Alsof het nooit anders is geweest.
Voor alle duidelijkheid, ook de mensen die op Aarde leven in een stoffelijk lichaam lezen hun levensboeken als zij ’s nachts uit hun lichaam zijn. Iedereen, zowel boven als beneden, is dus met hetzelfde grote werk van uitzuivering bezig. Elk mens op Aarde. Dit gebeurt onder de bezielende leiding en licht van Heer Kumeka, Chohan van de Achtste Straal der Uitzuivering. Mede hierdoor zie je enorme bewustzijnsgolven over de Aarde gaan met gigantische invloed op het lokale en mondiale sociaal maatschappelijk leven.

Begin 2000 vond een immens proces van versneld bewustwording plaats. Dergelijke golven worden echter steeds groter en zetten hun weg voort over de hele aardbol. Het is niet altijd geheel waarneembaar. Veel gebeurt op een laag die niet direct zichtbaar is voor de massa. Maar de oplettende mens ziet wat is en neemt de veranderingen waar.

Leesfragment Een Cirkel Doorbroken

Het werd heel stil nu. De steen voelde warm van de zon. Ik sloot mijn ogen en genoot van de warmte op mijn lichaam. Ik voelde de kracht van deze plaats en verbond mij met de stenen, de aarde en de omringende natuur. Heel open voelde ik wat was, het voelde warm. De luchtbel was intenser geworden, een energie die vreemd aanvoelde en tegelijkertijd vertrouwd. Ik kreeg een gevoel van diep binnenuit, herkenning is nog het beste woord hiervoor. Het was een innerlijk weten dat ik herkende van andere ervaringen. Het was alsof de luchtbel een soort afscherming en tegelijkertijd een reiniging was. Ik probeerde zo open als mogelijk te zijn in het nu-moment, te voelen wat was. Het viel mij in dat ik eerder op deze plaats was geweest. Ja, waarom ook niet, we worden zo vaak naar plaatsen geleid waar we eerder leefden, dat was mij niet vreemd. Ik vulde het niet in, die behoefte was er ook niet. Langzaam verzonk ik met gesloten ogen in een stilte waaraan ik de hele dag al behoefte voelde. Het was alsof ik één werd met de plek, met de oude en nieuwe energie en ik liet het zijn. Toen hoorde ik een zachte vriendelijke stem. Heel voorzichtig alsof die stem mij niet wilde laten schrikken. Ik ben eraan gewend de stemmen van mijn begeleiders te horen wanneer ik met hen werk. Ook de stem van mijn Hoger Zelf is mij zeer vertrouwd. Deze stem was anders. Het was een diepe stem en voelde warm en liefdevol.

Wat mij toen overkwam staat mij zo helder voor de geest dat ik het alleen maar kan vertellen als of het NU gebeurt. Voor mijn geestesoog verschijnt een lange gestalte. Een mannelijk wezen met een heel krachtige liefdevolle uitstraling. Ik voel dat hij mij de kans geeft hem op mijn gemak op te nemen. Hij is groot, met brede schouders. Zijn gestalte is slank maar stevig gebouwd. Zijn gezicht heeft een zachte, vriendelijke uitdrukking, zijn uitstraling is warm en liefdevol. Zijn kaaklijn is hoekig aan de zijkant. Zijn haar is lang en donker, en hangt los op zijn rug. Het kostuum dat hij draagt geeft mij een schok van herkenning. Nachtblauw van een materiaal met een zachte glans, een broek en een strak jasje waarin sierribbels zitten, over de mouwen, langs de pols en in de lengterichting over de borst. Ik zie rechts bij zijn taille een vierkant vlak dat er metallic watergroen uitziet. Zijn handen zijn sierlijk van vorm met drie vingers en een duim. Ik kijk altijd graag naar handen, deze zijn heel mooi. Rond zijn hals en schouders ligt een platte ronde kraag die naar zijn lichaam is gevormd. Het is een ringvormige kraag, de ringen zijn halfrond als stof die je hebt doorgestikt. Het doet me denken aan de kragen in het oude Egypte, herinneringen aan eerdere incarnaties op die plaats. In het midden op zijn borst bevindt zich een gouden teken. Op een plaats waar hij zou zijn wanneer je iets aan een ketting draagt. Het leek een onderdeel van de kraag, het was erin verwerkt als één geheel. Dan ineens begint het op zijn plaats te vallen. Dit is een officieel kledingstuk, met name de ronde platte kraag met het teken. Het lijkt een zonneteken maar is veel ingewikkelder dan dat. Het is het zien van dit teken dat herkenning in mij oproept, als een fractal2 die in mij wordt gelegd, mijn hele wezen reageert.

Er stroomt een grote blijdschap in me, dan hervat hij zijn gesprek. Ik ontvang zijn woorden telepathisch. Zijn helder blauwe ogen kijken me vriendelijk aan. Ogen als stralende kristallen.

‘Ik ben Altea van Altaïr,’ zo begint hij. Dan beginnen de tranen te stromen. Er vindt in mij een herkenning plaats, zo diepgaand als ik nooit eerder in mijn leven heb ervaren. Terwijl ik mijn tranen afdroog, zie ik hem ook met open ogen staan. ‘Ik ben niet gek,’ flitst er door me heen. Altea glimlacht. Dan begint hij te vertellen over onze ver­binding. Over mijn afkomst, mijn sterrenthuis. Over de vele afsplitsin­gen van dat zielswezen door de vele gebieden heen. Langzaam beschrijft hij de reis van mijn Hoger Zielswezen, de verschillende Zelven die elk een ander gebied van de schepping in gingen. Zielsdelen die langs verschillende plaatsen, splitsingen en nieuwe gebieden in wilden stromen. Hij laat mij in een beeld (fractal) zien hoe een hele stroom zielenvonken dezelfde weg ging en hoe we via de Pleiaden op de Aarde terechtkwamen. Terwijl ik deze fractal, dit totaalinzicht, tot me neem vallen nog meer inzichten, kleine flarden van herinnering op z’n plaats.

Ik kom terecht in een totaalervaring. Het is overweldigend, de energie waarin dit moment van inzicht en herkenning tot stand kon komen, was prachtig. Warm en liefdevol. Deze ontmoeting bleef maandenlang doorzingen als een concert van grote schoonheid waarvan je de klanken telkens en telkens weer hoort. Zo’n liefde te mogen voelen kun je niet meer vergeten. Altea had ook humor, dat was heerlijk om te ontdekken. Hij spoorde mij aan méér in mijn kracht te gaan staan. Hij liet mij beelden zien van mensen die hadden geprobeerd mij uit mijn kracht te halen, kleinerend en negatief, en de relatie ervan naar eerdere in­carnaties. Diepgaande ervaringen van belevingen in de dualiteit. Incarnaties die ik kende, ook met de mensen die daarin leefden en die nu opnieuw mijn pad kruisten. Altea vertelde over nieuwe bege­leiders die ik erbij zou krijgen, oude bekenden uit de lichtrijken. Er zouden nieuwe mensen op mijn pad komen en alles zou op een natuurlijke manier komen en stromen. Er ontstond een nieuw gevoel van hoop en verwachting in mij, een behoefte om verder te gaan in het gewone leven van alledag.

Dan strekt hij zijn arm naar me uit, zachtjes raakt hij mijn hoofd aan. Ik voel een warme stroom, een vernieuwende energie door mij heen gaan. Ontroerd sta ik daar en ben mij ten diepste bewust van dit bijzondere moment.

Hij vertelt mij dat ik naar een krachtplaats in de bergen zal gaan. ‘Het komt allemaal naar je toe,’ zegt hij vriendelijk. ‘Er ligt daar een gezamenlijke taak, wij helpen je. Op zielsniveau heb je hiervoor gekozen. De juiste mensen zullen daar op de juiste tijd en plaats zijn. Alleen zij zullen dit in het dagbewustzijn niet weten, zij zijn hierin niet te bereiken zoals jij dat voor ons bent. Deze mensen volgen de innerlijke impuls op die dag naar die plaats te willen gaan en zullen doen wat zij in de lichtsferen verkozen te doen. Hetzelfde is het geval op deze dag, ieder van deze mensen speelde een rol in een energetisch proces dat op zielsniveau in de sferen is besloten. Ogenschijnlijk hebben de meesten uit dit groepje weinig met elkaar te maken, maar het tegendeel is waar. Het zijn draden uit het weefsel die elkaar passeren. Het is oud en heeft betrekking op de tempeltijdperken en verregaand negatief misbruik van één van hen. Op zielsniveau is het een bewuste keuze om hier op deze plek bijeen te zijn met deze mensen. Ik vraag je nu naar een bepaalde plaats te lopen. Later ook op deze plaats met de mensen die daar wandelen. Jullie zullen een transformatie tot stand brengen. Meerderen van hen zijn aangeraakt, zij zijn alleen niet in staat mij te zien of te horen. Zij zullen hun gevoel volgen en op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Vertrouw.’

Ik weet hoe deze dingen werken en heb daar lang geleden op leren vertrouwen.

Altea vertelt mij over een toekomstige taak, voornemens in mijn levensblauwdruk. Verbaasd luister ik naar zijn verhaal. Hij verwoordt mijn droom die ik als kind diep in mij koesterde. Ook later in mijn volwassen leven bleef die droom in mij. Er stroomde een onbeschrijfelijke blijheid in mij. Als kind vertelde ik mijn vader zo vaak dat ik wilde vertellen over de mensen ‘daarbuiten’, en dan wees ik naar de sterren. ‘Je zult mensen ontmoeten met een zelfde zielstaak. Het zal zijn alsof je elkaar al heel lang kent, wat ook zo is. Het zijn delen van dezelfde straal, en allen dragen dezelfde diepgaande wens in zich. Op het juiste moment in de tijd te vertellen over de volken in de kosmos. Jullie zijn bruggenbouwers!’

Het was alsof ik midden in een berg met puzzelstukken had gestaan die nu op dit moment op hun plaats mochten gaan vallen. Er ontstond een heelheid in mij, zo logisch en normaal alsof dat er altijd al geweest was. De sluier van vergeten ligt over onze aardse levens, daarachter ligt zoveel méér. Ik nam en neem daar regelmatig flarden van mee. Deze schrijf ik meestal op in mijn dagboek. Ik weet als de flarden zich aaneen rijgen tot meer, dan is Leviahnarah er die mij erover vertelt. Inzichten stromen dan in me en de rust keert weer. Een nieuw stukje inzicht. Nu stond ik daar op die bijzondere plaats, in het hologram, waar de sluier dun was en waar de puzzelstukken even tot één geheel werden. Ik stond daar in één heel groot weten. Ik wist dat lichaam en geest deze ervaring moesten integreren. Ik kon er ook met niemand over spreken, ik kreeg het gewoonweg niet over mijn lippen.

Terwijl ik Altea aankeek, kreeg ik een overweldigend ‘vader’-gevoel in mij. Heel vreemd maar toch vertrouwd. Ik liet het maar gewoon gebeuren. Hij keek me stralend aan en groette mij met zijn rechterhand op de hartstreek, waarbij hij een lichte buiging maakte. Dit herkende ik, en deed hetzelfde. Hij verdween met de woorden ‘tot later’. Ik bleef nog een tijdje zitten en liet het hele gebeuren op mij inwerken. Nog voelde ik de warmte en liefde van deze stralende man. Nu moest mijn lichaam en geest deze ervaring nog integreren. De bol waarin ik mij bevond, loste op.